
Twintig jaar geleden reed ik met een taxi om mijn brood te verdienen. Op een middag kwam ik aan bij een huisje dat er verwaarloosd en slecht onderhouden uitzag en waar niemand scheen te wonen. In deze omstandigheden zouden de meesten eens toeteren, een minuutje wachten en vervolgens doorrijden. Maar ik had reeds te vaak mensen meegemaakt die beroofd waren van hun mobiliteit en afhingen van een taxi als enige vervoermiddel. Deze passagier kon misschien iemand zijn die mijn hulp nodig had, dus liep ik naar de vervallen voordeur en klopte aan. ‘Een ogenblikje’ antwoordde een zwakke stem van een zekere leeftijd. Ik kon horen dat er iets over een houten vloer gesleept werd en na een lange pauze werd de deur geopend. Een klein vrouwtje rond de tachtig jaar stond voor mij. Ze droeg een jas met bloemenmotief en een hoed met een sluier. Net iemand uit een film van voor de oorlog dacht ik nog. Naast haar op de houten vloer stond een kleine lederen koffer. Het huis zag eruit alsof er sinds jaren niemand in gewoond had. Alle meubels waren bedekt met lakens. Er was geen uurwerk te bespeuren en evenmin decoraties aan de muren. In de hoek stond een kartonnen doos vol met foto’s en lijstjes. ‘Wilt U mijn bagage naar de auto brengen’ vroeg ze. Ik droeg de koffer naar de auto en ging terug naar de vrouw. Ze nam mijn arm en we wandelden langzaam naar de taxi. Ze bedankte me voor mijn vriendelijkheid. ‘Graag gedaan’ zei ik ‘maar ik tracht enkel mijn passagiers te behandelen op de manier waarop ik zou wensen dat ze mijn moeder zouden behandelen’. ‘U bent een goede man’ zei ze en ze nam plaats op de achterbank. Toen ik achter het stuur plaats genomen had gaf ze mij een adres en daarna vroeg ze of ik eerst langs de stad wilde rijden. Ik antwoordde dat dit niet de kortste weg was. ‘Oh dat stoort me niet’ zei ze. ‘Ik heb geen haast want ik ben op weg naar het rusthuis’. Ik keek in de achteruitkijkspiegel. Haar ogen stonden vol tranen. ‘Ik heb geen familie meer en de dokter zegt dat ik niet lang meer te leven heb’ vertelde ze. Ik heb stilletjes de teller uitgezet en naar haar geluisterd ‘Welke weg wilt u dat ik neem’ vroeg ik. De volgende uren reden we door de stad en toonde ze me de gebouwen waar ze gewerkt had. We reden naar een buurt waar ze met haar man gewoond had, toen ze net getrouwd waren. Ze liet me stoppen voor een groot gebouw, waar eens een danszaal geweest was en waar ze als jong meisje had gedanst. Soms vroeg ze om langzaam voorbij bepaalde gebouwen te rijden waar ze naar staarde en deze in zich opnam zonder een woord te zeggen. Bij het invallen van de duisternis zei ze, ’ik ben moe, laat ons nu maar gaan’. We zijn in stilte tot aan het adres gereden dat op het briefje stond. Het was een groot gebouw, een soort hersteloord. Twee verpleegsters kwamen toegesneld zodra de taxi stilstond. Ze waren duidelijk bezorgd omdat ze de oude vrouw al veel eerder verwacht hadden. Ik nam de koffer uit de wagen en bracht deze tot de voordeur. Op dat moment werd de oude vrouw in een rolstoel gezet. ‘Hoeveel ben ik u schuldig?’ vroeg ze. ‘Niets’ zei ik. ‘Maar u moet toch uw brood verdienen?’ zei ze Ik antwoordde dat er andere passagiers op me wachtten. Zonder na te denken boog ik mij voorover en nam haar in mijn armen.
‘U hebt een oude vrouw een moment van vreugde geschonken’ zei ze nog en met tranen in haar ogen een ‘bedankt’. Ik gaf haar een hand en liep in de donkere avond terug naar mijn taxi. Achter mij ging een deur dicht. Het was het geluid van het afsluiten Van een leven. Ik heb nog een hele tijd doelloos en in gedachten verzonken rondgereden zonder andere passagiers mee te nemen. Ik bedacht me dat ik nooit iets belangrijkers gedaan had in mijn leven. We zijn altijd geneigd te denken dat ons leven rond grote momenten draait. Maar de echte grote momenten grijpen ons aan zonder dat we het dikwijls beseffen.. Mensen herinneren zich misschien niet helemaal, wat je gezegd of gedaan hebt. Maar ze herinneren zich altijd welk gevoel je ze gaf. Het leven is misschien niet altijd het feest waarop we hoopten maar laten we, nu we er nog zijn, de tijd nemen voor de wensen van een ander. Een fijn begin van de nieuwe week wens ik jullie Liefs dolfijntje |